Voorhoofdsholteontsteking: symptomen, oorzaak en behandeling

voorhoofdsholteontsteking-bijholteontsteking

Wat is een voorhoofdsholteontsteking?

Een voorhoofdsholteontsteking of bijholteontsteking is een sinus infectie of sinusitis is een ontsteking van het slijmvlies van één of meer holle ruimten -ook wel ‘bijholten’ genoemd- achter de neus, in de bovenkaak en in het voorhoofd. Deze holten zijn met slijmvlies bekleedt en ze hebben onder meer tot taak om de lucht, die je via je neus inademt, te verwarmen, te bevochtigen en te filteren. Via trilhaartjes worden slijm, stof en bacteriën naar de neusholte afgevoerd. Als gevolg van een neusverkoudheid kunnen de slijmvliezen zwellen, waardoor de (nauwe) verbinding tussen de bijholten en de neusholte versperd kunnen raken. In zo’n afgesloten, warme en vochtige ruimte, kunnen ziekteverwekkers als bacteriën zich naar hartelust vermenigvuldigen. Dit kan een bijholteontsteking (sinusitis) in de vorm van een kaakholte- of voorhoofdsholteontsteking tot gevolg hebben. In de volksmond heeft men het vaak over ‘bijholteontsteking’ als voorhoofdsholteontsteking wordt bedoeld. 

De gevolgen van een voorhoofdsholteontsteking

Vaak zijn er meerdere bijholten aangedaan en het betreft in de meerderheid van de gevallen de kaakholten. Een bijholteontsteking kan leiden tot hoofdpijn of druk in (of achter) de ogen, de neus, het wang-gebied of aan een zijde van het hoofd. Dit kan gepaard gaan met hoesten, koorts, slechte adem en een verstopte neus met dikke afscheiding. Een bijholteontsteking moet niet verward worden met een flinke verkoudheid of spanningshoofdpijn.

Twee vormen

Er worden twee vormen onderscheiden:

  • Acute sinusitis: duurt in verreweg de meeste gevallen minder dan acht weken of komt niet meer dan drie keer per jaar voor en dan telkens niet langer dan 10 dagen. 
  • Chronische sinusitis: deze vorm duurt langer dan acht weken of men heeft er vier keer per jaar of vaker last van met ziekteverschijnselen die meestal langer dan 20 dagen aanhouden.

Vaak is een bacterie de boosdoener, alhoewel er vaak een virale luchtweginfectie aan vooraf gaat, zoals een verkoudheid of een griep. Een virale infectie zorgt ervoor dat de afvoeropeningen verstopt raken, waardoor zich slijm ophoopt in de holten. Dit slijm kan geïnfecteerd raken met bacteriën. Dit komt omdat er zich een afgesloten, warme en vochtige ruimte heeft gevormd, waar ziekteverwekkers als bacteriën zich thuisvoelen en vermenigvuldigen.

Een blokkering van de openingen tussen de sinussen met de neusholte wordt vaker gezien bij mensen die een afwijking hebben van de neus, zoals een scheefstaand neustussenschot of bij mensen met neuspoliepen. Een chronische sinusitis kan veroorzaakt worden door allergenen, verontreinigende stoffen of schimmels.

Wat zijn de symptomen van een voorhoofdsholteontsteking?

Doordat het neusslijmvlies ontstoken en gezwollen is, kan het slijm en/of pus niet goed weglopen. Hierdoor ontstaat een pijnlijk en drukkend gevoel aan de bovenkant van het gezicht en rond de ogen. De pijn en het drukkende gevoel kan toenemen als je voorover bukt. Soms heb je ook last van hoofdpijn. Als de kaalkholten zijn aangedaan, kun je ook last hebben van kiespijn. Verder kun je klachten krijgen als verstopte neus met geel/groen snot. In een enkel geval komt er ook lichte koorts bij kijken. Meestal is de ontsteking aan één kant gelokaliseerd, wat soms gepaard gaat met een zwelling van de wang.

Hoe wordt een voorhoofdsholteontsteking behandeld?

Bijholteontsteking of gaat normaal gesproken vanzelf over. Na twee tot vier weken is het merendeel van de patiënten zo goed als klachtenvrij.

Stomen kan een positief effect hebben op de neusklachten, ofschoon het de snelheid van het herstel waarschijnlijk niet bevordert. Neusklachten kunnen ook verlicht worden door toediening van een (fysiologische) zoutoplossing via neusdruppels of een spray. Hierdoor kun je wat gemakkelijker ademen. Het gebruik hiervan heeft geen invloed op de snelheid van het herstel, het verlicht alleen de klachten.

Pijn kan zo nodig bestreden worden door paracetamol.

Er is in onderzoek geen positief effect aangetoond van antimicrobiële behandeling (antibiotica) op het beloop. Het blijkt dat antibiotica alleen zin hebben voor risicogroepen. Voor de gemiddelde patiënt verloopt de genezing niet sneller wanneer ze een antibioticum voorgeschreven krijgen en complicaties voorkom je er ook niet mee. Er is een zeer beperkte groep patiënten, namelijk die met een (verhoogd risico op een) afwijkend beloop, die hier wel baat bij heeft. De huisarts kan voor deze groep antimicrobiële behandeling overwegen. Het gaat dan om mensen met een gestoorde afweer, die ernstig ziek zijn of bij wie opnieuw koorts ontstaat na een aantal koortsvrije dagen binnen één ziekteperiode. Ook wanneer de klachten in een periode van twee weken niet zijn afgenomen of wanneer je binnen een jaar een vierde klachtenperiode doormaakt, kan de huisarts antimicrobiële behandeling overwegen.